Vernieuwende politiek gericht op het belang van de inwoners




U bevindt zich hier

Content:

1e termijn “Vaststelling bestemmingsplan buitengebied”

Verreweg het grootste deel van dit bestemmingsplan is helder en geen onderwerp van discussie. Het heeft even geduurd, maar nu is dan de vaststelling aan de orde. Zoals in de discussieraad reeds is gesteld, hebben zich er gedurende de looptijd van de voorbereidingen nogal wat wijzigingen in wet- en regelgeving voorgedaan

Er zijn echter ook veel onderwe.rpen waarvan de beleidsuitgangspunten niet zijn gewijzigd. Dat is belangrijk, omdat het vanavond voor een groot deel gaat over wijzigingen die worden voorgesteld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Deze wijzigingen gaan voornamelijk over uitbreiding van grondgebonden veehouderijen en nieuwe recreatiebedrijvigheid. Beide onderwerpen zullen in ons buitengebied in de toekomst de belangrijkste onderwerpen worden, voor zover ze dat nu al niet zijn. De afname van het aantal agrarische bedrijven zal gestaag doorgaan, waardoor de blijvers zich zullen moeten blijven ontwikkelen om te kunnen blijven bestaan in onze veeleisende maatschappij en de stoppers zich bezinnen op functieveranderingen en omschakeling.

Het is belangrijk om te constateren dat de mogelijkheden voor uitbreiding en omschakeling zoals deze in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, geheel in lijn zijn met de uitgangspunten en het provinciale Brabantse beleid. Dat geldt met name voor de opgenomen wijzigingsbevoegdheden.

Voor 2 onderwerpen stelt Uw Drie Kernen een gewijzigde vaststelling door een amendement in. Het betreft het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid voor nieuwvestiging en het optioneel maken van de adviesinwinningsplicht bij recreatieve activiteiten. Voor de overwegingen verwijs ik u naar het amendement dat zo meteen wordt uitgedeeld.

Dan komen we op de voorgestelde wijzigingen. De vraag ligt voor of alle of sommige wijzigingen niet uit het voorstel geschrapt dienen te worden, omdat deze niet waren opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan en dus niet ter inzage hebben gelegen. Het gaat er daarbij om of belanghebbenden alsnog in de gelegenheid moeten worden gesteld om een zienswijze in te dienen.

Het heeft de fractie van Uw Drie Kernen verbaast dat hierover zoveel ophef is ontstaan. De voorgestelde wijzigingen hebben niet ter inzage gelegen, dat is een feit. Naar aanleiding van het voorstel van het college hebben omwonenden/belanghebbenden wel actie ondernomen. Er is ingesproken, er zijn brieven gestuurd, er is contact opgenomen met allerlei raadsleden. Niet gezegd kan worden dat de bezwaren van omwonenden/belanghebbenden niet zijn gehoord.

Dat er wijzigingen optreden in een bestemmingsplan als dit, is bijna onoverkomelijk. Dat gebeurt overigens bij elke gemeente. Wat denkt u dat er zou moeten gebeuren als er zienswijzen op een ontwerp binnenkomen die leiden tot een aanpassing? Zou die aanpassing dan ook weer op zich ter inzage gelegd moeten worden, want anderen hebben daar geen zienswijze over kunnen indienen. En als je dat zou doen en over die aanpassing komen weer zienswijzen door weer andere belanghebbenden? Je loopt het risico dat je in een kringetje gaat lopen om mensen telkens maar weer in de gelegenheid te moeten stellen om een zienswijze over aanpassingen in te kunnen dienen.

Waar de meeste partijen in deze raad voor staan is dat er wordt geluisterd, dat er afgewogen besluiten worden genomen, dat er snel wordt besloten en dat overbodige regels worden voorkomen. Waar het in de kern om gaat bij deze wijzigingen is de vraag of de raad wel of niet instemt met de wijzigingen die worden voorgesteld. Ieder voorstel om daar procedureel iets aan te veranderen, leidt tot vertraging en hogere kosten voor zowel gemeente, initiatiefnemers en belanghebbenden.

In het ontwerpbestemmingsplan stonden de wijzigingsbevoegdheden over uitbreiding van agrarische bedrijven en omschakeling naar recreatieve activiteiten. De voorgestelde wijzigingen voldoen aan deze voorwaarden. Uw Drie Kernen stelt daarom voor om het voorstel over deze wijzigingen over te nemen. Een andere procedure verandert niets aan het uiteindelijke besluit. Het besluit komt bij de Raad van State, het alsnog kunnen indienen van zienswijzen verandert daar niets aan. Alle feiten en omstandigheden zijn bekend. Uw Drie Kernen heeft liever dat er over 1,5 jaar een uitspraak ligt, dan dat met een extra procedure nog eens 1 jaar extra kost. Want over deze termijnen hebben we het.

Er is 1 bijzondere wijziging voorgesteld, de opslag en verkoop van vuurwerk bij tuincentrum Wagemakers. In tegenstelling tot de andere voorgestelde wijzigingen, is een dergelijke bedrijfsactiviteit niet in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen met een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid. Door het college is toegegeven dat er ook geen ruimtelijke onderbouwing aan ten grondslag lag. Het verbaasde de fractie van Uw Drie Kernen dat we op 2e paasdag via de mail ineens wel een ruimtelijke onderbouwing ontvingen.

Tijdens de discussieraad is door meerdere partijen aangegeven dat men het vreemd vindt dat er in deze situatie medewerking aan opslag en verkoop van vuurwerk wordt verleend, terwijl in het verleden is aangegeven dat een dergelijke activiteit op een bedrijventerrein zou worden toegestaan als daar een initiatief voor zou komen. Het lijkt erop dat de raad toen het beleid heeft bepaald dat in de bebouwde kom geen nieuwe opslag- en verkooppunten mochten komen en dat er eventueel alleen medewerking zou worden verleend aan een nieuw verkooppunt op een bedrijventerrein. Het is Uw Drie Kernen niet duidelijk waarom op dit moment in het kader van dit bestemmingsplan het betreffende beleid wordt verlaten. Uw Drie Kernen is best bereid om over een beleidswijziging te praten, maar op deze manier lijkt ons dat niet de manier.

 Wij stellen dan ook voor om deze voorgestelde wijziging niet over te nemen en zijn benieuwd naar de mening van de raad.